
Leren van iemand die het nog weet!

Het zal je gebeuren. Je groeit op in een moederland waar je ouders naar toe zijn gegaan toen je nog maar een half jaar oud was. Je beste vriend is een autochtoon. Iemand die met zijn familie altijd in dat land gewoond heeft. Dan komt er oorlog en als die oorlog voorbij is, loopt het nog veel sterker uit de hand.
Geradicaliseerde jongeren nemen het heft in handen en zij jagen alle allochtonen, alle mensen die niet meer dan 50% autochtoon bloed in zich hebben, het land uit.
Hoe trots mag je zijn op je vaderland? Kun je ook van je moederland veel houden?
En hoe zit het met vriendschap als je bij verschillende partijen hoort?

In de afgelopen jaren heb ik privè geschiedenisles gehad van mijn 'bron', Jeppe Mellema.
Als gastdocent is Jeppe verbonden aan de stichting Gastdocenten WO2 Zuidoost Azië.
Deze stichting werkt zo veel mogelijk met mensen die uit eigen ervaring jongeren of andere groepen
kunnen vertellen over het verleden. Ik heb gemerkt hoe dichtbij je kunt komen door
het verhaal uit eerste hand te ontvangen.
De bovenstaande tekening kreeg 'meneer Jeppe' in Assen, waar hij op een basisschool vertelde over Java.
In de tekening ziet Jeppe en zijn broertje weer, na de bevrijding.
In mijn boek lees je over Thomas die zijn zusje Lissie terugvindt.
Wil je meer weten over de stichting waar Jeppe o.a. voor werkt:
Stichting Gastdocenten WO2 Zuidoost Azië

Dit is het laatste huis waar Jeppe gewoond heeft met zijn familie. Het huis is net als in mijn verhaal in beslag genomen door een Japanse officier. In hoofdstuk 31 laat ik Thomas terug gaan naar de Kroonprinslaan om te zien hoe hun huis er voor staat.

In dit fantastische onderkomen werd Jeppe, en in mijn verhaal Thomas, het eerste jaar gevangen gehouden door de Jappen. Het grootste gedeelte van dit landgoed was bestemd voor de Japanse officieren. De tweehonderd gevangenen werden in grote schuren geherbergd.

De radio in het kamp in Bandoeng, hoofdstuk 27, bestaat nog altijd. Ook de afspraak die ik in mijn boek door Thomas laat uitvoeren, berust op ware feiten. De radio was zo in elkaar gezet dat het in twee kleine veldflessen bewaard kon worden. Vandaag de dag wordt deze zelfde radio tentoongesteld in het museum van het militair museum Bronbeek.

De organisatie waar Bart de Lange voor ging werken, bestaat ook echt. Jeppe heeft ook net als Thomas een werker voor de RAPWI ondersteunt met hand en span diensten. Als herkenningsteken moest Jeppe dit kruis op zijn kleren dragen. Hij heeft het kruis nog altijd bewaard in zijn eigen 'museum'!

In hoofdstuk 40 laat ik een kogel rakelings langs de arm van Thomas gaan. In werkelijkheid heeft Jeppe een soortgelijke aanslag overleefd. Een kogel schampte zijn broek en onderbroek. Het gat in zijn onderbroek heeft hij altijd bewaard, als aandenken aan deze 'narrow escape'.

Precies zoals het in verhaal van Thomas gaat, wuift de moeder van Jeppe ook haar zoon uit als Jeppe naar het mannenkamp moet. Jeppe zie haar nooit levend terug. Vlak voor het einde van de oorlog sterft ze in het kamp aan de gevolgen van honderoedeem. Pas vele jaren later gaat Jeppe met zijn broer terug naar het graf van hun moeder.
De verschrikkelijk aanslag op het vrouwenkamp in Hoofdstuk 40, waar Yenny in de armen van Thomas sterft, berust ook op ware gebeurtenissen. Jeppe was er bij toen deze aanslag plaats vond. Zijn redding is die keer ook ongeveer zo gegaan als ik beschreef met Thomas. Op het allerlaatste moment verplaatste hij zich van het ene meisje naar het andere. Opnieuw overleefde hij een aanslag op zijn leven. Toen hij zijn vriendin zocht, stierf ze in zijn nabijheid. Haar dood heeft ook Jeppe zo aangerepen (net als Thomas), dat Jeppe eenmaal in Nederland besloot arts te worden. 'Het is zo erg iemand dood te zien gaan en niet te weten hoe je het lijden kunt verzachten,' aldus mijn 'bron'.

Wanneer valt de laatste druppel bloed? Onschuldig vergoten bloed vanwege geweld dat mensen elkaar aan doen?
Pater Frans en dominee Bart de Lange zeggen voortdurend: geef God niet de schuld
van wat mensen elkaar aandoen? We grijpen zelf naar de wapens.
We maken zelf ruzie. We stellen ons zelf vaak zo onbarmhartig en zonder enige gevoel voor zelfreflectie op naar anderen.
Laten we stoppen met God de schuld te geven, maar onze eigen verantwoordlijkheid hierin dragen.
Misschien is het nog beter om terug te keren naar de woorden van onze Schepper en God.
Wanneer valt de laatste druppel?